Zij:         Wat is dat toch met die mensen die erop staan deze corona crisis ‘van de positieve kant’ te bekijken?

Hij:         Wat is er mis mee dan? Genoeg ellende om je mee bezig te houden.

Zij:         Er is niks mis mee. Er zijn positieve kanten. Het saamhorigheidsgevoel, mensen die elkaar ineens gaan helpen en zo, grappige memes en filmpjes online. Maar toch ..

Hij:         Maar toch, wat?

Zij:         Ik weet niet. Er is iets onnatuurlijks aan. Nee, niet onnatuurlijk want mensen hebben die neiging nou eenmaal.  Maar toch ..

Hij:         Maar toch, wat dan!?

Zij:          Nou rustig hoor! Ik weet het ook allemaal niet.

Zij:          IK vraag me af of sommige mensen simpelweg niet kunnen leven met angst en onrust.

Hij:         Is ook niet heel aangenaam, toch?

Zij:          Nee, maar het is wel wat ons alert houdt. Paniek is wat anders. Daar heb je niks aan. Maar een gezonde mate van angst lijkt me ..tja .. gezond.

Hij:         Gezond.

Zij:          Gezond ja. Het maakt dat ik vers voedsel voor zoveel dagen als ik goed kan houden in 1x insla. Dan hoef ik niet zo vaak die supermarkt in om die rare gespannen afstands dans te doen met andere shoppers en vakkenvullers en zo. Het maakt dat ik nadenk over hoe ik mijn inkomen verdien en in hoeverre dat eigenlijk crisis bestendig is.

Hij:         Maar ik doe hetzelfde. Toch kan ik niet zeggen dat ik bang ben.

Zij:          Nee? Ben je echt helemaal niet bang? Om snakkend naar adem 3 weken in je eentje op een super drukke IC te liggen?

Hij:         Nee.

Zij:          Om je ouders niet te kunnen bezoeken of afscheid te nemen als ze snakkend naar adem op een IC liggen, dan?

Hij:         Tja, dat zou wel echt super klote zijn. Maar of ik er nou bang voor ben..

Zij:          Jij hebt makkelijk praten met gezonde en best jonge ouders nog.

Hij:         Ik zeg toch ook niet dat ik niet makkelijk praten heb. Maar je vroeg of ik bang ben.

Zij:          Voor al die mensen dan die al op het randje van net rondkomen leefden en binnen een paar weken over dat randje vallen. Of misschien nu al.

Hij:         Ja, daar denk ik ook vaak aan. Hoeveel geluk ik heb. Met mijn inkomen en mijn huis en mijn gezondheid. En met Nederlander zijn. Ben niet eerder zo blij geweest om in dit suffe, platte, natuur loze landje te leven. We hebben hier misschien wel een van de beste vangnetten ter wereld.

Zij:          Maar je bent er niet bang voor?

Hij:         Bang. Ik geloof niet dat het bang is, nee. Het lijkt me zelfs pretty onvermijdelijk. Dat er weet ik veel hoeveel inkomens slachtoffers vallen. Dat doet wel pijn of zo. Is het pijn? Iets wat samen krampt vanbinnen bij de gedachte aan al dat lijden.

Zij:          Ja, precies, dat bedoel ik! 

Hij:         [kijkt een vraagteken]

Zij:          Nou, realisme misschien dan. Dit is een tijd bang te zijn om besmet te worden of om iemand anders te besmetten. Of misschien niet bang maar dan op z’n minst alert te zijn want je weet simpelweg dat het kan gebeuren. En makkelijk ook. En het is een tijd om blij te zijn met de menselijke contacten die je nog hebt. Extra blij. En je krom te lachen over de creativiteit die de ronde gaat. Online en zo. En om diep door te laten dringen hoe goed je het hebt in vergelijking met de meeste anderen. Om je hulp aan te bieden, ook aan dat nare mens van om de hoek. Omdat ze zichzelf in huis heeft opgesloten vanwege haar zwakke gezondheid.

Hij:         Heb je dat gedaan?

Zij:          Ja.

Zij:          Voelde allesbehalve heroïsch. Maar jezelf van top tot teen in plastic laten verpakken en dan 12 uur lang  zorgen voor doodzieke mensen waarvan je tegelijk op afstand probeert te blijven is waarschijnlijk ook alleen maar heroïsch van een afstand.

Hij:         Ik ben in ieder geval blij dat ze er zijn en dat ze verstand hebben waar ze verstand van hebben.

Zij:          Ja, mijn buurvrouw was ook blij dat ik er was en me aanbood.

Hij:         Ik heb me als vrijwilliger bij de Voedselbank aangeboden.

Zij:          Echt?!

Hij:         Ja.

Zij:          Waarom?

Hij:         Ik weet niet. Tja ..

Hij:         Ik denk dat het komt omdat ik niet meer geloof in de maakbaarheid van de wereld. Dat iedereen altijd maar alles zou kunnen bereiken, als ie er maar hard genoeg voor werkt. Vroeger stond er zo’n boek in de kast bij mijn ouders thuis ‘je kunt je leven helen’ of zoiets? Dat is allemaal heel leuk en aardig en het kan ook wel deels maar heel veel mensen beginnen 5 of 10 of 15 meter achter de start lijn. En dan moet je misschien wel 2 of 3x zo hard werken als ik om hetzelfde te bereiken, of 2 of 3x zo inventief zijn en volhardend en zo. Dat lukt lang niet iedereen.

Zij:          Dus heb je je als vrijwilliger bij de Voedselbank aangemeld.

Hij:         Ja.

               Misschien ook omdat ik door deze crisis ineens begrijp waar mensen het over hebben als ze het over de economie hebben. De economie, dat zijn jij en ik en iedereen die geld verdient en het uitgeeft. Als straks weet ik veel hoeveel mensen geen geld meer uit te geven hebben dan hebben bedrijven minder inkomsten en ik minder opdrachten. Alles zit aan alles vast. Het is een grote keten.

Zij:          Ik heb juist wel hoop dat we misschien eindelijk eens afstappen van dat eeuwige economische gegroei. Misschien is een economische depressie precies wat de wereld nodig heeft om de klimaat crisis in goede banen te leiden.

Hij:         Je ben toch niet stiekem bezig om het verhaal van de ‘positieve kant’ te bekijken?

Zij:          Nou ..

Hij:         Een economische depressie betekent mensen zonder banen, zonder inkomen. Geen cent te makken. En dat als je geluk hebt en in Nederland woont en slim genoeg om bijstand aan te vragen. Op heel veel plekken op de wereld betekent het dood gaan. Dat denk ik.

               En denk je dat overheden die zich nu in de schulden steken en straks uit een schatkist met een gat erin heel veel mensen en bedrijven overeind proberen te houden, zin hebben om geld te steken in de energie transitie?

Zij:          Dat is zo. Dat is zo.

               Denk je dat mensen die op het randje van rondkomen leefden en er nu overheen kukelen er iets aan hebben om het verhaal ‘van de positieve kant bekijken’?

Hij:         …

               Ik weet het niet. Dat is het gewoon. Ik heb geen idee. Hoe kan ik het weten vanuit mijn relatief veilige bubble?

Supermarkt manager:

               Zouden jullie dit gesprek ergens buiten op een leeg veldje kunnen vervolgen in plaats van in het gangpad van deze supermarkt? Er mogen maar 96 mensen naar binnen en er is een rij ontstaan buiten.